pushing hands duwende handen tai chi taiji

Terug naar je essentie in Taiji

Ik hou ervan om echt de Taijiquan in te duiken. Om voorbij de uiterlijke vormen te kijken en te voelen wat er onder de bewegingen leeft. Niet alleen begrijpen, maar ervaren. Wat is een betere tijd voor zo’n innerlijke reis dan het begin van een nieuw jaar? De natuur heeft zich teruggetrokken, is verstild, en nodigt je uit om hetzelfde te doen. Om naar binnen te keren. Om te luisteren. En om opnieuw contact te maken met je eigen essentie — dat wat er al is, nog vóór je iets doet of probeert te worden. Het taoïsme biedt daarvoor een stevige en tegelijkertijd zachte bedding.


Laozi verwoordde het al eeuwen geleden: “Zacht overwint hard.” Deze eenvoudige zin raakt de kern van Taijiquan en haar oorsprong als krijgskunst. In Taiji gaan we niet tegen kracht in, maar kiezen we voor zachtheid. Niet als zwakte, maar als verfijnde, innerlijke kracht. Door zacht te zijn, word je voelend aanwezig. Je komt dichter bij jezelf, bij wat er werkelijk speelt. Alleen dan kun je meegaan met wat zich aandient — in je eigen lichaam, in je gedachten, en in de ontmoeting met de ander. Zachtheid brengt beweging en doorstroming, hardheid leidt tot verstarring. Maar wat betekent dat eigenlijk, zacht zijn? En hoe vind je die staat in jezelf?


Neutraal aanwezig zijn

Als je wel eens pushing hands beoefent, herken je het misschien: wanneer je teveel spierspanning gebruikt, raak je sneller uit balans. Je bent voelbaar, voorspelbaar. Je geeft de ander houvast om op te reageren. Hoe anders is het wanneer het lukt om neutraal te blijven, en pas kracht te gebruiken wanneer jij zelf beweegt — vanuit verbinding met je centrum.
Neutraal zijn betekent dat je in een staat van sung bent: ontspannen, open, zonder iets toe te voegen of weg te nemen. Je bent eenvoudigweg aanwezig in jezelf. Dit is een yin-toestand. Vanuit die staat reageer je niet automatisch, maar antwoord je bewust. Je laat oude impulsen los — de neiging om te winnen, te controleren, te presteren of jezelf te vergelijken. Wat overblijft is een directer voelen van wie je bent, onder al die lagen. Dat vraagt oefening, en vooral de bereidheid om eerlijk te kijken en te voelen.


Sung in de wervelstorm

Een beeld dat mij helpt om sung te begrijpen, is het oog van een wervelstorm. Midden in alle beweging is daar een stil punt. Vanuit die innerlijke stilte laat je alles om je heen draaien, zonder erin meegezogen te worden. Je voelt wat er gebeurt, maar verliest jezelf er niet in. Je blijft aanwezig — niet aangetrokken, niet afgestoten.
Maar waar vind je dat stille punt? In het taoïsme wordt gewerkt met eenvoudige, diepgaande oefeningen. Eén daarvan is via de uitademing alles laten wegdrijven wat over je innerlijke openheid — je hart — ligt. Een gesloten hart wordt wel een overwoekerd hart genoemd. Tijdens het ademen kun je je voorstellen dat je die overwoekering voorzichtig opruimt. Alsof je een tuin snoeit: hier een tak weg, daar wat onkruid eruit. En langzaam ontstaat er ruimte. Stilte. Misschien zelfs een poort. Naar dat wat voor jou wezenlijk is.

Voor taoïsten is je centrale as — van kruin tot stuitje — zo’n open ruimte. Zij noemen dit de spil van dao: het stille middelpunt dat hemel en aarde met elkaar verbindt. Jij maakt daar deel van uit, als levende schakel. Je kunt zelf onderzoeken waar in je lichaam adem en kalmte het makkelijkst samenkomen. Waar je voelt: hier ben ik thuis. Voor mij is dat diep in mijn buik, en in de zachtheid van mijn hart.
Wanneer je dit gevoel van rust, innerlijke stevigheid en essentie beter leert kennen, kun je het meenemen in je Taiji-beoefening. Kun je, te midden van beweging, verandering en ontmoeting, verbonden blijven met dat stille punt in jezelf? En durf je erop te vertrouwen dat juist vanuit die zachtheid een kracht ontstaat die het harde overstijgt?

Vergelijkbare berichten